Vrije Universiteit Brussel - Redelijk eigenzinnig

  1. VUB laat donateurs zien wat met hun geld gebeurt

    Op dinsdag 4 februari 2020 is het Wereldkankerdag. Een dag om stil te staan bij de impact van kanker. VUB Foundation nodigt dan de donateurs van het VUB Yamina Krossa Fonds uit voor een begeleid bezoek aan het labo van professor Damya Laoui. Hiermee wil de VUB haar donateurs bedanken en laten zien wat er echt met hun geld gebeurt.

    Borstreconstructies

    Yamina Krossa, zelf ex-borstkankerpatiënte, richtte vijf jaar geleden vzw Benetiet op. Ze pleitte daarmee voor de volledige terugbetaling van borstreconstructies bij de toenmalige Minister voor Volksgezondheid Maggie De Block. Krossa slaagde in haar opzet en stelde nadien de resterende €40.000 van vzw Benetiet ter beschikking van het in 2018 opgerichte VUB Yamina Krossa Fonds voor fundamenteel borstkankeronderzoek.

    Damya Laoui

    Dit Fonds wil het onderzoek naar een kankervaccin van professor Damya Laoui (VUB-VIB) financieren. Zij focust zich binnen de onderzoeksgroep Cellulaire en Moleculaire Immunologie op nieuwe kankertherapieën op basis van de zogeheten dendritische cellen, die deel uitmaken van ons eigen immuunsysteem. Het is dus een op iedere individuele patiënt afgestemd middel.

    Specifiek gaat het om een vaccin tegen kankerherval. Het is zelden de eerste tumor die doodt. Van alle kankersterfgevallen in de wereld, is negentig procent terug te voeren op terugkerende tumoren of uitzaaiingen”, vertelt Laoui.

    Met #Destination400 trachten de VUB Foundation en het VUB Yamina Krossa Fonds sinds maart 2018 €400.000 in te zamelen voor het onderzoek van Laoui en haar team. Dat bedrag zou hen de mogelijkheid geven om twee jaar lang ongestoord onderzoek voeren.

    Tot op heden leverden talrijke fondsenwervende acties in totaal €145.000 op voor dit baanbrekend onderzoek. Door de donateurs uit te nodigen voor een begeleid bezoek aan het labo waarin het onderzoek uitgevoerd wordt, willen wij ze tonen waaraan de filantropische middelen worden besteed”, zegt Isabelle Marneffe, directeur van de VUB Foundation.

    Rector Caroline Pauwels is aanwezig bij de rondleiding in het laboratorium van Damya Laoui.

    “Het voelt goed om te zien dat de mensen wetenschappelijk onderzoek naar kanker waarderen. Iedereen kan er mee te maken krijgen. Het geld van de donateurs is heel goed besteed bij deze jonge toponderzoekster. We maken weer een stap om deze ziekte chronisch te maken.”

    Meer info over het VUB Yamina Krossa Fonds op:

  2. Nieuw in Brusselse Lage Emissie Zone

    Vanaf 2020 is het mogelijk om een dagpas te kopen of een buitenlands voertuig te registreren de dag na de toegang tot de LEZ in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daarnaast zullen inbreuken tegen de verhoogde toegangscriteria (diesel Euronorm 3) vanaf 1 april 2020 beboet worden.

     

    Als uw voertuig niet voldoet aan de toegangscriteria voor de lage-emissiezone (LEZ), kunt u een dagpas kopen en zo het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnenrijden. Sinds 1 januari 2020 is het mogelijk de dagpas aan te kopen ten laatste om middernacht, de dag na de toegang tot de LEZ. De dagpas kan dus op voorhand worden gekocht, vóór de toegang tot de LEZ OF de dag nadien. Voorbeeld:  indien ik op 3 januari in de LEZ met een niet-conform voertuig rondrijd, heb ik tot 4 januari middernacht om de dagpas te kopen. 

    Hetzelfde geldt voor de verplichte registratie van alle in het buitenland ingeschreven voertuigenverplichte registratie van alle in het buitenland ingeschreven voertuigen (met uitzondering van voertuigen die in Nederland zijn ingeschreven). Sinds 1 januari 2020 is het mogelijk een voertuig dat in het buitenland is ingeschreven te registreren de dag na de toegang tot de LEZ (vóór middernacht). De registratieaanvraag kan dus vóór de toegang tot de lage-emissiezone OF de dag nadien plaatsvinden. De registratie is gratis en drie jaar geldig, op voorwaarde dat de gegevens over het voertuig niet veranderen. Om uw voertuig te registreren, hebt u het inschrijvingsbewijs nodig. Voorbeeld: indien ik op 3 januari in de LEZ rondrijd met een voertuig dat in het buitenland is ingeschreven, heb ik tot 4 januari middernacht om het te registreren.

    De overgangsperiode voor de verhoogde toegangscriteria tot de LEZ loopt af, vanaf 1 april 2020 zullen ook dieselvoertuigen met Euronorm 3 beboet worden. Wagens die rijden op diesel met Euronorm 0, 1, 2 en 3 of op benzine met Euronorm 0 en 1 mogen niet in de LEZ rijden. Alle informatie vind je op de webpagina’s over de LEZ, met onder andere een tabel met de betrokken voertuigen en uitzonderingen.

  3. VUB verliest haar meest gemotiveerde mecenas aan het coronavirus COVID-19

    Het is met grote droefheid dat rector prof. Caroline Pauwels het overlijden verneemt van Mevrouw Mireille Aerens, het zoveelste slachtoffer van het coronavirus.

    VUB Filantroop Mireille Aerens had een hart voor dieren. Daarom besloot ze om een deel van haar vermogen te schenken aan de VUB.  Haar beslissing kwam er na een ontmoeting met prorector Prof. Paul de Knop, die in 2008 tijdens een zitting van het Universitair Centrum in Brugge pleitte voor meer financiering voor de universiteiten van bedrijven en particulieren. Mireille Aerens, die aanwezig was en de waarden van de VUB onderschreef, ging een gesprek aan met Paul De Knop en dit bracht de bal aan het rollen.

    Haar wens was om geen proefdieren meer te hoeven te gebruiken voor de wetenschap en - na een kennismaking en vele gesprekken met de VUB - leidde dit in 2009 tot  het oprichten van een leerstoel Mireille Aerens aan de VUB. Deze werd gebruikt om preklinisch onderzoek te steunen. Toen Mireille Aerens eind 2014 een krantenartikel las over een belangrijke wetenschappelijke prijs die toegekend werd in Duitsland aan VUB onderzoekster prof Vera Rogiers met haar onderzoeksgroep IVTD (In Vitro Toxicology en Dermato-Cosmetologie), besloot zij dit baanbrekende stamcelonderzoek te steunen.

    De Leerstoel Mireille Aerens voor alternatieve onderzoeksmethoden zonder proefdieren  kreeg definitief vorm in 2015  met Prof. Vera Rogiers als leerstoelhouder.  In eerste instantie werden twee doctorale vorsers gefinancierd om vernieuwende alternatieve methoden te ontwikkelen in het domein van de preklinische toxicologie, namelijk om vroegtijdig levertoxiciteit veroorzaakt door nieuwe geneesmiddelen op te kunnen sporen zonder hierbij proefdieren te gebruiken. Dit onderzoek was interdisciplinair opgezet  en  bestond uit een unieke samenwerking tussen  IVTD en B-PHOT (Brussels Photonics Team). Prof. Hugo Thienpont, directeur van B-PHOT en huidig vicerector Innovatie en Valorisatie, herinnert zich Mireille Aerens zeer goed. "Mevrouw Aerens was een dame met een bijzondere visie, een duidelijke mening, en een rotsvast geloof in de kracht van vrij onderzoek ten dienste van de mensheid met maximaal respect voor dieren. Zij volgde nauwgezet en met een ongeziene passie de vooruitgang van de jonge vorsers, die ze met haar leerstoel ondersteunde."

    In 2019 werd de leerstoel, met als leerstoelhouder Prof. Vera Rogiers, opnieuw voor vier jaar verlengd tot 2023 om het doctoraal onderzoek  van 2 nieuwe doctoraatsstudenten te kunnen financieren  en om het  succesvolle onderzoek naar nieuwe en praktisch bruikbare  in vitro methoden te kunnen verderzetten binnen de onderzoeksgroep IVTD. Een eerste doctoraatsstudent, Joost  Boeckmans ontwikkelde een nieuwe proefdiervrije methode, gebaseerd op humane stamcellen,  om geneesmiddelen te identificeren die leververvetting en de daarbij  voortschrijdende levertoxiciteit kunnen veroorzaken.  Ook effectieve nieuwe therapieën kunnen hiermee bepaald worden.   De tweede vorser, Alessandra Natale, ontwikkelde een effectieve alternatieve methode om levertoxiciteit veroorzaakt door fosfolipidose op een proefdiervrije wijze  op te kunnen sporen. Zij heeft samengewerkt met Prof. Jurgen Van Erps van B-PHOT  om een lab-on-chip te ontwikkelen met leverweefsel in 3D-configuratie om zo levertoxiciteit snel te kunnen opsporen, onderzoek dat intussen verder gezet wordt. Beide doctoraatsstudenten zullen dit jaar nog hun doctoraat afleggen.

    Als schenker van de leerstoel was Mireille Aerens zeer nauw betrokken bij het onderzoek en had ze regelmatige contacten met Prof. Vera Rogiers: "Mireille was een bevlogen persoon met een groot hart voor dieren en een overtuigde verdediger van de waarden  waar de VUB voor staat. Door haar te vroege heengaan verlies ik een zeer lieve vriendin."

    Prorector Paul de Knop heeft een zeer goede herinnering aan Mireille Aerens en aan de vele discussies met haar die de oprichting van de leerstoel voorafgingen: “Wat mij opviel is dat zij nooit op de voorgrond wilde treden. Zij is een pionier voor mij. Niet alleen omdat ze geloofde in de onderzoekscapaciteiten van de VUB, maar ook omdat zij de eerste was die als particulier zoveel in de VUB investeerde."

    Voor Mireille Aerens was het zeer belangrijk dat het onderzoek naar proefdiervrije methodes zou verder gezet worden en dat jonge vorsers de kans zouden krijgen om hiertoe bij te dragen. De VUB zal er alles aan doen om haar wens te respecteren.

    Als overtuigde VUB sympathisant wilde Mireille Aerens haar lichaam aan de wetenschap schenken. Jammer genoeg is dit door  de Coronavirus besmetting nu niet mogelijk. Mireille Aerens werd 86 jaar oud.

  4. VUB-ingenieurs vangen dreigend tekort beademingstoestellen op

    Als het aantal covid-19 patiënten in België blijft stijgen, dreigt een mogelijktekort aan beademingstoestellen. Een team ingenieurs aan het FabLab Brussels van de Vrije Universiteit Brusselis daarom begonnen aanhet bouwen en testen van een eenvoudig beademingstoestel. Ze zijn vertrokken vaneen ontwerp van MIT, uitgebreid met sensoren op basis van specificaties van onderzoekers van Johns Hopkins University en het UZ Brussel. Een grootschalige productie is nog niet aan deorde. Tijdens de komende dagen en weken moet eerst blijken of de toestellen ookeffectief inzetbaar zijn inziekenhuizen.

     

    De ingenieurs onder leiding van Mark Runacres, professor stromingsmechanica en hoofd van het FabLab Brussels, hebben het ontwerp aangepast aan de noden van covid-19 patiënten. In enkele dagen tijd hebben zij een eerste prototype gebouwd. "Snelheid is nu van groot belang", legt Runacres uit. „Artsen in de eerste lijn hebben nu geen tijd om losse ideeën uit te wisselen met ingenieurs. Het FabLab-team heeft er daarom voor gekozen om niet te praten maar te bouwen. Op basis van een werkend prototype kan veel sneller beslist worden of het ontwerp geschikt genoeg is voor gebruik in ziekenhuizen."

    Het prototype is in het FabLab Brussels gebouwd door een team van personeel, doctorandi en studenten uit de opleiding industrieel ingenieur aan de VUB. Zij maken deel uit van een nationaal en internationaal netwerk en staan in direct contact met collega’s uit de academische wereld en uit het bedrijfsleven, die voortdurend feedback geven over het ontwerp en suggesties maken ter verbetering. "Die input is essentieel. Sommige bedrijven hebben ook componenten ter beschikking gesteld. In normale tijden zou dit allemaal minder snel gaan, maar nu leeft overal het besef dat er moet worden samengewerkt", besluit Runacres

    Het initiatief past in de open-source filosofie die het FabLab Brussels kenmerkt: als het prototype geschikt wordt bevonden, zullen de plannen voor het ontwerp publiek beschikbaar gemaakt worden, zodat andere labs het ontwerp kunnen realiseren en verbeteren. Maar om de volumes te produceren die misschien nodig zijn, heeft het FabLab ook steun nodig van de industrie. De respons tot nu toe is alvast heel positief.

    Wil je ook als particulier deze studenten helpen aan hun doel? Klik dan snel hier voor meer informatie!

  5. Lockdown kan impact hebben op sociaal leven van ouderen

    Het openbaar leven zal er de komende weken verlaten bij liggen: het coronavirus dwingt ons om massaal binnen te blijven. Oudere mensen in zorgcentra die al voorheen niet vaak de deur uit konden gaan, kunnen hier wel eens de dupe van worden. Patricia De Vriendt, professor gerontologie aan de VUB, benadrukt dat het sociaal contact bij ouderen niet onderschat mag worden. Het lijkt haar daarom geen slecht idee dat zorgcentra investeren in middelen die ervoor zorgen dat ouderen in contact blijven met de buitenwereld, zoals tablets waarmee ze kunnen facetimen. “Activiteiten en bezoek geven kleur aan hun dag. Voor ons lijkt een maandje niet uitgaan al drastisch, maar wij kunnen wel nog naar de supermarkt.” Lees meer op demorgen.be (+).

  6. Een babyboom na lockdown?

    En plots worden we geconfronteerd met een lege agenda. De forse uitbreiding van het coronavirus dwingt de federale overheid om ingrijpende maatregelen te lanceren. Thuis blijven om besmetting te voorkomen is hierbij de centrale boodschap. We zouden daarom niet enkel meer tijd binnenhuis doorbrengen, maar ook in ons bed. “Ik zou er niet van schrikken als we over negen maanden een effect op het geboortecijfer merken”, zegt VUB-socioloog Ignace Glorieux. Hij verwijst hiervoor naar enkele gebeurtenissen van het verleden, zoals de stroompanne in New York. Terug meer vrije tijd binnenhuis is bovendien goed voor sociaal contact. Lees meer op hbvl.be (+).

  7. Prorector VUB Els Witte brengt nieuw boek uit over begingeschiedenis België

    Naast de katholieken en de liberalen speelden ook de republikeins-radicalen een politieke rol van betekenis in de twintig eerste jaren van de natiestaat België. Els Witte (78), emeritus hoogleraar hedendaagse geschiedenis en voormalig rector van de VUB, heeft als eerste een boek aan die radicalen gewijd: Belgische republikeinen, radicalen tussen twee revoluties (1830-1850). Op basis van jarenlang onderzoek toont Els Witte het vaak tragische lot van deze activisten tegen wil en dank. Na het mislukte revolutiejaar 1848 is hun rol definitief uitgespeeld. Hun ideeën blijven evenwel doorwerken en vormen later mee de basis van de sociaaldemocratie, het progressieve liberalisme en het sociale katholicisme.

    Waarom België in 1830 geen democratische republiek is geworden, maar een gematigde constitutionele monarchie is een heftig en complex verhaal dat in dit boek voor het eerst wordt geanalyseerd. Witte vat het als volgt samen: "De republikeins-radicalen waren de voorvechters van de opstand tegen de Nederlandse koning Willem I. De gewelddadige acties kwamen van hen. Er zaten een aantal militairen en oud-militairen bij en die wisten hoe je het vuur aan de lont moest steken. Het is trouwens een weerkerend patroon bij revoluties. Radicalen zorgen voor een omwenteling en de realpolitici zetten hen vervolgens hardhandig opzij. En zo ging het ook in België. Twintig jaar na de onafhankelijkheid was er van de Belgische republikeins-radicalen geen spoor meer."

    De groep herleeft nog even kort in 1848 wanneer overal in Europa de revoluties losbreken. Een bijzonder harde repressie stelt een einde aan de beweging. Toch heeft de beweging sporen nagelaten. Wat België aan voor die tijd progressieve elementen kent, heeft het mede aan deze republikeinen te danken, zegt Witte: "In zekere zin waren ze de grondleggers van de verzorgingsstaat. Zo eisten zij het recht op arbeid, wat toch een heel modern begrip is, wilden zij een gemeentelijke en betere armenzorg en kwamen zij op voor sociale woningbouw. Zij wensten een overheid die een betere en rechtvaardigere maatschappij creëerde, net op het moment dat het kapitalisme zijn eerste lelijke gezicht toonde."

    Waarom de republiek er uiteindelijk niet kwam is natuurlijk niet enkel een binnenlands verhaal: "Het piepjonge België besliste uiteindelijk niet zelf over zijn toekomst, maar wel Pruisen, Oostenrijk, Rusland en Engeland, allemaal konink- of keizerrijken dus. Ook België zou ook een koninkrijk worden,” besluit Witte.

    Els Witte, Belgische republikeinen, radicalen tussen twee revoluties (1830-1850), Polis, 432 p., 27,50 euro.

  8. Belangrijke mededeling rond de evolutie van de coronavirus-situatie

    Aansluitend aan de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad zal de Vrije Universiteit Brussel volgende bijsturingen doen aan de organisatie van de universiteit en dit met ingang van vrijdag 13 maart 24:00 en tot en met 19 april 2020. De universiteit gaat niet dicht maar gaat volledig digitaal: iedereen blijft thuis, tenzij dat onmogelijk anders kan. De laatste info vind je op vub.be/coronavirusvub.be/coronavirus.

    CLICK HERE FOR ENGLISH

    Onderwijs:

    Alle lessen vinden uitsluitend digitaal plaats:
    Lessen met fysieke aanwezigheid op de campussen worden geschorst, ook de practica en WPO;
    De – 50 regel vervalt
    De kotstudenten (nationale en internationale) die kunnen, gaan naar huis. Waar dit niet kan, wordt bekeken welke oplossingen mogelijk zijn
    Enige uitzondering betreft die studenten die nodig zijn in zorg en labo’s
    Diensten en dienstverlening:

    De dienstverlening wordt eveneens vanop afstand georganiseerd met de technische mogelijkheden die er zijn (skype, telefoon, mail,…)
    Het merendeel van de facililiteiten op de campussen worden gesloten: cafés, restaurant, sportfaciliteiten, cultuurfaciliteiten, bibliotheek, studiebegeleidingscentrum, alle ontmoetingsruimten en alle fysieke contactpunten
    Telewerk wordt gemaximaliseerd zodat er zo weinig mogelijk verplaatsingen nodig zijn. Waar continuïteit op de campus nodig is, krijgen collega’s met een zwakke gezondheid en ouders van kinderen die niet naar school kunnen voorrang voor telewerk.
    De diensten die operationaliteit garanderen en hiervoor op de campussen moeten zijn, worden afzonderlijk gecontacteerd en zullen een alternatieve werkvorm organiseren.
    Onderzoek:

    Het kritisch wetenschappelijk onderzoek in laboratoria wordt verzekerd. De leidinggevende organiseert dit samen met de teams.
     

  9. De poortwachter van Europa

    Over enkele tientallen jaren zullen onze kleinkinderen, wanneer ze in hun geschiedenisboeken terugblikken op de veiligheid van Europa, met verbazing lezen hoe onsamenhangend onze politiek ten aanzien van Turkije was. Eerst hield de Europese Unie het land jarenlang aan het lijntje als kandidaat-lidstaat, vervolgens stond ze ervan te kijken dat de Turkse hervormingsgezinden het veld moesten ruimen voor conservatieven en nationalisten, met Recep Tayyip Erdogan op kop. Daarna maakten we van Erdogan de poortwachter van Europa, om uiteindelijk verbouwereerd vast te stellen hoe hij die machtspositie ging uitbuiten. Als Europa zelf opportunistisch te werk gaat, hoeft het dan te verbazen dat het lik op stuk krijgt?

    Dit opiniestuk verscheen eerder op knack.be (+).

    Erdogan ziet Europa niet als een partner. In het beste geval beschouwt hij Europa als een van de hoofdrolspelers in zijn achtertuin, naast Rusland, China, de Verenigde Staten, Iran, Israël, en Saudi-Arabië. In het slechtste – en meest waarschijnlijke – geval beschouwt hij Europa als een club verwaande kabouters, die er alles aan gelegen is om de handen zelf niet vuil te maken. Turkije mag dan zelf te zwak staan om te leiden in de regio, het heeft voldoende hefbomen in handen om de Europese buitenrand te destabiliseren.

    Rechts Europa neemt Turkije nu in het vizier als een demonische mogendheid, emotioneel fulminerend tegen de nieuwe ‘sultan’. Zulke geopolitiek van de onderbuik is electoraal lonend: je geeft een ander de schuld voor de vluchtelingencrisis, en dat overgiet je dan nog eens met een islamofoob sausje. Uit diezelfde hoek wordt vergoelijkend gedaan over Rusland, terwijl dat land militair nu al een flink deel van Europa bedreigt én met zijn interventies in Syrië en Libië evenzeer verantwoordelijk is voor instabiliteit, met alle vluchtelingen van dien. Wie strategische realpolitik wil bedrijven, moet consequent blijven en dat ook tegenover Rusland, Saudi-Arabië en andere landen doen. Maar die mogen zich blijkbaar wél blijven verrijken aan onze petroleumverslaving.
     

    Een zwak Turkije betekent een opportuniteit voor andere regionale spelers.

    Amper beginnen we te beseffen welke prijs we betalen voor decennia van ondermaats nabuurschapsbeleid, of Europa laat zich inpakken door nieuwe illusies en simplismen. Nu zou het wat Turkije betreft nog wel eens kunnen meevallen. Dat Erdogan aanstuurde op een staakt-het-vuren rondom Idlib, bevestigt dat hij het moeilijk heeft om de controle in het noorden van Syrië te behouden en dat hij geen open confrontatie wil met het sterkere Rusland. Rusland geeft nog steeds drie keer meer uit aan zijn defensie. Het staat technologisch en operationeel verder dan Turkije. Erdogan zal ook nooit al zijn bruggen met Europa verbranden, want zowat vijftig procent van de Turkse uitvoer is bestemd voor de Europese lidstaten. En de Turkse economie blijft het moeilijk hebben, wat mee verklaart waarom de AKP van Erdogan niet boven de vijftig procent raakt in de peilingen voor de volgende verkiezingen.

    Misschien zien we bij de verkiezingen in 2023 wel een politieke verschuiving en slagen de drie grote oppositiepartijen erin front te vormen. Dan krijgen de hervormingsgezinde krachten opnieuw een kans. De harde religieus-conservatieve kern van Turkije vertegenwoordigt sowieso maar ongeveer een derde van de totale bevolking, en onder de jongeren verliest ze terrein. Dan rijst de vraag of Europa die kans zal aangrijpen om de gematigde krachten te versterken. Dat hoeft niet meteen EU-lidmaatschap te betekenen, maar wel een duidelijk perspectief op partnerschap. Dat zou vanuit strategisch perspectief relevanter zijn dan het gemakzuchtige fulmineren tegen Erdogan.

    Misschien wordt Turkije zelf onstabieler, door economische en politieke problemen, militaire uitputting en de aanhoudende spanningen met de Koerden. President Erdogan zou dan niet de terugkeer van het Ottomaanse Rijk inluiden maar wel de finale ontbinding ervan, een proces dat eigenlijk al met het Verdrag van Boekarest in 1812 is ingezet. Zo gaat dat in de wereldgeschiedenis, de veelal langzame afwisseling van opmars en neergang. Nu al willen veel jongeren Turkije verlaten, en dat aantal zou dus kunnen toenemen. Een zwak Turkije betekent een opportuniteit voor andere regionale spelers: de Koerden in de eerste plaats, maar ook Saudi-Arabië, dat nu al een geduchte rivaal is, of Rusland. Ook op zulk scenario zou Europa voorbereid moeten zijn.

  10. "Waterstand mag op veel plekken nog hoger"

    We kampten door de drie afgelopen droge zomers met watertekort, maar daar heeft de voorbije maand februari duidelijk verandering in gebracht. De regen kwam er toen met bakken uit de lucht gevallen. De inhaalbeweging verbaasde VUB-waterkundige Marijke Huysmans. “Een hele opluchting”, reageert ze. De vraag is of de zomer van dit jaar opnieuw voor tekorten zal zorgen. “De huidige gunstige standen mogen ons niet doen denken dat we op rozen zitten. Enkele weken waarin er geen druppel valt, kunnen de reserves snel weer doen afnemen. Het besef dat de voorbije jaren gegroeid is dat we met chronische waterschaarste kampen in Vlaanderen, gaat beter niet weg.” Lees meer op standaard.be (+).

  11. "Wat in Italië gebeurt, had evengoed hier kunnen gebeuren"

    Italië is wereldwijd al enkele dagen voorpaginanieuws: nergens anders overlijden er procentueel zoveel mensen door het coronavirus. Maar hoe komt dat? Heel wat experts wijzen erop dat Italië een oudere bevolkingsgroep heeft. Zo telt Italië 61 miljoen inwoners en bijna 23 procent van hen is ouder dan 65 jaar. Patrick Deboosere, demograaf aan de VUB, ziet echter niet zoveel verschillen met andere Europese landen. “Er zijn geen spectaculaire verschillen met andere westerse landen. Duitsland telt bijna 22 procent 65-plussers. België telt er 20 procent. Die uitbraak had zich dus evengoed hier kunnen voordoen.” Volgens professor Deboosere was het virus in Italië al te sterk verspreid en te laat onder controle gebracht. Lees meer op hln.be (+).

  12. VUB-prof Dirk Devroey: "Nutteloos om iedereen te blijven testen"

    Er is wereldwijd een tekort aan regentia, chemische stoffen die nodig zijn om patiënten te testen op het coronavirus. Hierdoor kan niet iedereen getest worden op corona. Volgens Dirk Devroey, professor huisartsgeneeskunde aan de VUB, is het echter nutteloos om iedereen te blijven testen. “De tests veroorzaken heel wat overlast bij huisartsen. Zij moeten bijna 48 uur wachten op de resultaten en in die tijd kan een persoon veel mensen besmetten. Die testen genezen je ook niet en er is geen medicatie, het is dus geen meerwaarde.” Hij adviseert om thuis te blijven bij ziekte, al zijn er uitzonderingen. “Ga alleen met oudere mensen en zware gevallen naar het ziekenhuis.” Lees meer op standaard.be (+).

  13. Coronavirus - UZ Brussel neemt extra preventieve maatregelen

    Ter bescherming van patiënten en medewerkers, neemt het UZ Brussel een aantal extra preventieve maatregelen voor bezoekers van patiënten en andere bezoekers. Er wordt ook extra beddencapaciteit voorzien om coronapatiënten op afzonderlijke afdelingen te verzorgen. De meeste consultaties, opnames en behandelingen gaan wel gewoon door, al worden niet-dringende consultaties bij voorkeur uitgesteld. Wie zich ziek voelt, wordt wel gevraagd contact op te nemen met de afdeling waar de afspraak werd gemaakt om te bespreken of de afspraak al dan niet moet worden uitgesteld. Het UZ Brussel volgt de richtlijnen van de overheid nauwgezet om de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk tegen te gaan en de zorg van patiënten te verzekeren.

    Beperkt bezoek

    Bezoek wordt in het algemeen beperkt tot maximum 2 personen per dag voor een maximale duur van 2 uur. Bij besmette coronapatiënten wordt bezoek helemaal afgeraden. Dat is echter niet altijd mogelijk en daarom wordt maximaal één bezoeker er dag toegelaten voor een maximale duur van 2 uur. Die bezoekers moeten beschermende kledij dragen (schort, verzorgingsmasker, handschoenen) die door het ziekenhuis wordt voorzien. Bezoekers die recent in risicogebied zijn geweest en die zich ziek voelen, worden gevraagd om thuis te blijven, weg van het ziekenhuis en dus geen enkele patiënt te bezoeken.

    Seminaries, infosessies, vergaderingen, events …. die in het UZ Brussel waren gepland met externe deelnemers worden tot nader order geannuleerd. Ook bezoeken van vertegenwoordigers van farmaceutische bedrijven en anders commerciële externen zijn tot nader order niet toegelaten. Er wordt enkel een uitzondering gemaakt voor externe bezoekers die een rechtstreekse impact hebben op de zorgcontinuïteit van het ziekenhuis.

    Meeste consultaties, opnames en behandelingen gaan door

    De meeste consultaties, opnames en behandelingen gaan gewoon door. Wie een consultatie gepland heeft en zich ziek voelt, wordt gevraagd om naar de afdeling waar de afspraak werd gemaakt om te bespreken of de afspraak al dan niet moet worden uitgesteld. Niet-dringende consultaties worden bij voorkeur uitgesteld of op een alternatieve opgevolgd (via teleconsultatie indien mogelijk).

    Extra beddencapaciteit om coronapatiënten te hospitaliseren

    Het UZ Brussel heeft alles in gereedheid gebracht om (mogelijk) besmette patiënten, afgezonderd van andere patiënten te hospitaliseren. Het gaat momenteel om 40 tot 50 bedden voor patiënten die omwille van hun gezondheidstoestand een ziekenhuisopname vereisen en niet thuis in isolatie kunnen verblijven.

    Daarvoor werd een afzonderlijke afdeling ingericht, met kamers voor niet-kritische patiënten met vermoeden van of een bevestigde besmetting. Om verspreiding van het coronavirus te voorkomen is op die verpleegeenheid geen vrije doorloop mogelijk naar andere afdelingen, noch van zorgverleners, noch van patiënten. Patiënten met een coronabesmetting die in kritieke toestand verkeren worden in isolatie opgenomen, indien nodig in negatieve drukkamers. Zeer kritieke patiënten worden in afzonderlijke kamers op de dienst Intensieve Zorgen opgenomen. Al het personeel dat met (mogelijk) besmette patiënten in contact komt, neemt de nodige beschermende maatregelen. Het ziekenhuis volgt daarvoor de richtlijnen van de overheid.

    Coronatesten en bevestigde patiënten in het UZ Brussel

    Op de Spoedgevallendienst worden patiënten die zich voor een coronatest aanmelden sinds begin maart volledig afgezonderd van andere patiënten. Ze moeten bij aankomst hun handen ontsmetten, krijgen een mondmasker en worden begeleid naar een afzonderlijke wachtruimte en onderzoekslokaal. De testen worden uitgevoerd op basis van de gevalsdefinities die door de overheid zijn bepaald.

    Van de patiënten die in het UZ Brussel werden getest op het coronavirus, zijn er totnutoe 4 bevestigde patiënten. Die zijn momenteel opgenomen in de afzonderlijke verpleegeenheid voor niet-kritieke coronapatiënten. Op de afzonderlijke eenheid op Intensieve Zorgen zijn er momenteel nog geen bevestigde coronapatiënten opgenomen.

  14. Een democratie werkt voor vrouwen, of ze is er geen

    Zondag 8 maart is het de Internationale Vrouwendag. De slogan dit jaar is #EachforEqual. Het is een oproep om zich in het dagdagelijkse leven uit te spreken tegen ongelijkheden, groot of klein, waar en wanneer ze zich voordien. Een actieve nultolerantie van burgers voor achterstelling en discriminatie, zeg maar. Het idee erachter is ‘collectief individualisme’. Via individuele acties, gesprekken, gedrag en mentaliteit kunnen al die individuen tezamen een impact hebben op de bredere samenleving. Zoals in de milieuproblematiek, kunnen kleine veranderingen in het gedrag van grote groepen mensen ook een grote verandering realiseren – hier een gelijke en rechtvaardige samenleving.

     

    Dit artikel werd zaterdag 7 maart gepubliceerd in De Standaard: https://www.standaard.be/cnt/dmf20200306_04879423

    Collectief individuele acties van burgers, ontslaat politiek en beleid evenwel niet van hun verantwoordelijkheid, integendeel. In een democratie zoeken politici aansluiting bij maatschappelijke debatten en mobilisaties. In een goede democratie, zo schrijft de Italiaanse politicologe Nadia Urbinati, zijn de samenleving en de wereld van bestuur en beleid allebei lawaaierige plekken, met elk hun eigen politieke discussies en meningsverschillen, maar altijd sterk op elkaar afgestemd. Een hele rist hedendaagse politieke denkers stelt samen met Urbinati dat een gezonde democratie cyclische bewegingen maakt tussen politici die overleggen, delibereren en beslissen, en burgers die ideeën en wensen aanreiken en politici evalueren. Die connecties maken dat burgers politieke beslissingen verstaan en zelfs als ze niet altijd bekomen wat ze willen, rechtvaardig vinden en dat ze zich erkend, gehoord en betrokken voelen. Een democratie de naam waardig connecteert, niet enkel de burger met besluitvorming en omgekeerd, maar ook burgers, in al hun onenigheid, in een gemeenschappelijk project. Er schort wat met dat bindweefsel in heel wat hedendaagse democratieën. De gewenste cirkelvormige beweging tussen burger en politiek is vaak omgeleid eenrichtingsverkeer en het cruciale gesprek tussen beiden schiet al te vaak langs elkaar heen.

     

    Urbinati’s democratisch ideaal –die goede afstemming van de politiek op maatschappelijk debat en mobilisatie-  lijkt des te onbereikbaarder voor historisch gemarginaliseerde groepen zoals vrouwen, die achterstelling in de samenleving gerepliceerd zien in de wereld van macht, politiek en beleid. En dat is niet te reduceren tot te weinig vrouwen: laat ons ons daar niet op blindstaren of geloven dat een gelijk aantal vrouwen in de politiek afdoende is. Die gelijke aantallen zijn noodzakelijk - politieke gelijkheid is de hoeksteen van elke democratie - maar onvoldoende. In België schommelt de verhouding mannen en vrouwen in de vertegenwoordigende instellingen binnen de grenzen van de 60%-40% wat al behoorlijk gelijk is. Maar de Belgische politici (m/v/x) en de politieke instellingen schieten nog steeds grandioos tekort in een accurate vertegenwoordiging van vrouwen. Dat laatste heeft cruciaal betrekking op wat als politiek belangrijke thema’s worden beschouwd. Tegen het negeren van de politieke belangen van zowat de helft van de bevolking, zijn quota niet opgewassen. De thema’s die verkiezingen en regeringsonderhandelingen sturen en blokkeren, zijn niet die waar vrouwen rond ageren en mobiliseren. De manier waarop er in de formele politieke instellingen over vrouwen en hun belangen wordt gesproken, wijkt vaak in absurde mate af van hoe vrouwen zelf daarover denken (denk even aan het hoofddoekendebat). De plekken waar vrouwen hun politieke belangen vandaag bespreken –de straat, de sociale media, het middenveld en de universiteiten- zijn nochtans behoorlijk lawaaierig. De vrouwenstaking en de walk-outs komen er weer aan om die eeuwenoude loonkloof nog maar eens aan te klagen, en het is niet bepaald stil rond seksueel misbruik, grensoverschrijdend gedrag en femicide. Maar ondanks de decibels, zijn ze blijkbaar nog steeds onhoorbaar voor de politieke elite.

     

    #EachforEqual zal pas vol succes kennen wanneer politici haar thermiek gebruiken voor een uitermate belangrijk democratisch project: het realiseren van een gendergelijke en rechtvaardige maatschappij. Wanneer de politieke instellingen en onze politici daarin falen, is dat geen ‘vrouwenzaak’, een probleem van een minderheidsgroep. Het is dan een oversneden democratisch deficit.  

  15. Dagen waren vroeger korter

    Tijdens het late Krijt-tijdperk, aan het einde van het tijdperk van de dinosauriërs, zo’n 70 miljoen jaar geleden, draaide de aarde sneller dan nu. Een dag duurde slechts 23 en een half uur, en een jaar duurde 372 dagen. Dit hebben wetenschappers van de VUB-onderzoeksgroep Analytical, Environmental and Geo- Chemistry (AMGC) in samenwerking met collega’s van UGent aan de hand van een studie van fossiele schelpen uit het late Krijt vastgesteld. De studie werd gepubliceerd in het internationale vakblad Paleoceanography and Paleoclimatology van de American Geophysical Union.

    De studie analyseerde een schelp van de mollusken soort Torreites sanchezi, die meer dan negen jaar in een ondiepe zeebodem in de tropen leefde, een locatie die vandaag droog land is in de bergen van Oman. De oude weekdieren hadden twee schelpen, of kleppen, die samenkwamen in een scharnier, zoals asymmetrische mosselen, en groeiden in dichte riffen, zoals moderne oesters. Ze gedijden in water dat wereldwijd enkele graden warmer is dan de moderne oceanen. In het late Krijt domineerden ze de rifbouw in tropische wateren over de hele wereld en vervulden de rol die koralen vandaag spelen. Ze verdwenen net als de dinosauriërs, 66 miljoen jaren geleden.

    De fossiele schelpen groeiden snel en maakten dagelijks groeiringen aan. De nieuwe studie gebruikte lasers om minieme plakjes schelp te bemonsteren en konden de groeiringen nauwkeuriger tellen dan voordien ooit met microscopen mogelijk was. Met de nieuwe methode werd er een laser op kleine stukjes schelp gericht, waardoor gaten met een diameter van 5 micrometer werden gemaakt, of ongeveer zo breed als een rode bloedcel. Sporenelementen in deze kleine monsters onthullen informatie over de temperatuur en de chemie van het water op het moment dat de schelp werd gevormd. De analyse leverde nauwkeurige metingen op van de breedte en het aantal dagelijkse groeiringen en de seizoensgebonden patronen. De onderzoekers gebruikten seizoensgebonden variaties in de gefossiliseerde schelp om jaren te identificeren. De hoge resolutie die in de nieuwe studie werd verkregen, in combinatie met de snelle groei van de schelpen, onthulde de leefomstandigheden van het dier tot een fractie van een dag.

    "We hebben ongeveer vier tot vijf datapunten per dag, en dit is iets wat je bijna nooit in de geologische geschiedenis krijgt. We kunnen in principe kijken naar een dag 70 miljoen jaar geleden," zegt Niels de Winter, hoofdauteur van de studie. "Dat is een resolutie waar je als geoloog natuurlijk alleen kunt van dromen. Dit type schelpen, “rudisten” genaamd, dat in het late Krijt leefde, heeft toch enkele speciale eigenschappen en ze kennen hun gelijke niet vandaag. De fijnmazige resolutie van de dagelijkse lagen laat zien dat de schelp overdag veel sneller groeide dan 's nachts.”

    Door de dagelijkse groei van de schelp konden de onderzoekers bepalen dat er in die tijd 372 dagen in een jaar zaten. De omlooptijd van de aarde rond de zon was namelijk niet anders dan vandaag, wat betekent dat een jaar even lang duurde als nu, maar dat er dus meer en kortere dagen in een jaar zaten.

    "Dat heeft te maken met de wederzijdse aantrekkingskracht van aarde en maan", zegt de Winter. "Die gravitatie zorgde voor een geleidelijke afremming van de aardrotatie rond haar eigen as, in combinatie met een trage verwijdering van de maan ten opzichte van de aarde."

    De chemische analyses gaven verder aan dat het tijdens het late Krijt overdag tijdens de zomer zo'n 40 graden celcius was en 's winters rond de 30, volgens de Winter ongeveer de leefbare limiet voor schelpdieren. De Winter en zijn collega's hopen nu hetzelfde onderzoek te kunnen herhalen voor schelpdieren die op andere tijdstippen in onze verre geologische geschiedenis leefden. Klimaatreconstructies uit het verre verleden beschrijven meestal langetermijnveranderingen die zich voordoen op de schaal van tienduizenden jaren. Wat nieuw is aan dit soort studies is dat ze ons iets kunnen vertellen op een tijdschaal van levende wezens. Ze hebben daardoor het potentieel om de kloof tussen klimaat- en weermodellen te overbruggen.

    --

    Foto: een geologische formatie in Oman (niet exact dezelfde locatie als waar ons fossiel vandaan komt) waar het rif van rudisten (de groep tweekleppigen waar T. sanchezi bij hoort) in levens-positie te zien zijn.

  16. Operatie ondersteund door hologram

    Meestal raadplegen chirurgen tijdens een operatie MR/CT-scans van de patiënt op een scherm in de operatiezaal. Hiervoor moeten ze hun aandacht verdelen tussen het scherm en de patiënt. Met de nieuwe technologie die wordt ontwikkeld door het team van prof. Bart Jansen en prof. Jef Vandemeulebroucke van ETRO, een imec onderzoeksgroep van de VUB, worden 3D-modellen - gegenereerd op basis van medische scans - via augmented reality (AR) geprojecteerd op de exacte plaats waar geopereerd wordt. Zo kunnen de chirurgen hun ogen gericht houden op de patiënt. Ze zien de informatie onmiddellijk op de patiënt en kunnen zo ook nauwkeuriger werken. AR is ook een uitstekend trainingsmiddel. Medische studenten kunnen oefenen in AR zonder mensen of dure apparatuur in gevaar te brengen.

    Computerondersteunde chirurgie is vandaag een essentieel instrument in de chirurgische praktijk. Binnen het imec.icon project SARA onderzoekt het team van prof. Jansen en prof. Vandemeulebroucke samen met de andere partners binnen het project, het gebruik van augmented reality om een 3D-weergave van medische beelden en andere informatie te overlappen met de anatomie van de patiënt tijdens operaties in de neurochirurgie en de orthopedische chirurgie. Het doel is om de computerondersteunde chirurgische ervaring te verbeteren en de cognitieve druk te verminderen op chirurgen.

    Wanneer de AR-headset wordt gedragen, wordt bijvoorbeeld de tumor zichtbaar binnenin de schedel van de patiënt, nog voor de eerste incisie gemaakt wordt. Hierdoor kan de optimale toegang gekozen worden, maar ook tijdens de operatie kunnen kritieke structuren beter vermeden worden. De persoon die de bril draagt kan door de kamer lopen en het object van alle kanten bekijken. Wat de persoon ziet, wordt ook nog eens gelivestreamd op een externe monitor. Op deze manier kunnen ook externen meevolgen.

    “AR laat toe virtuele 3D objecten te plaatsen in de ruimte, die ruimtelijk stabiel blijven als de chirurg zich verplaatst. De precisie die daarbij nodig is voor chirurgie is natuurlijker veel hoger dan voor bijvoorbeeld een computerspel of mediatoepassingen”, zegt prof. Vandemeulebroucke. “Er blijven evenwel nog verschillende uitdagingen voordat deze technologie efficiënt zal kunnen worden toegepast, zoals het gebruiksgemak en een vlotte integratie in de klinische workflow. Met het oog op steriliteit mag er bijvoorbeeld geen manuele interactie plaatsvinden met de brilapplicatie. Het getoonde hologram mag geen occlusie van de handen of tools veroorzaken als dit in de gezichtslijn komt. En ten slotte: welke informatie tonen we en hoe? Het is namelijk belangrijk dat steeds relevante en actuele informatie getoond wordt rond de anatomie van de patiënt en de chirurgische planning, maar een overload aan informatie moet natuurlijk vermeden worden.”

  17. Vlaamse rectoren en academici eisen doortastende coronamaatregelen van de overheid

    “We hebben niets aan vrijblijvende richtlijnen. Als we een Italiaans scenario willen vermijden, moet de overheid onmiddellijk verregaande maatregelen nemen. Dit virus is ernstig. Ons gezondheidssysteem dreigt te imploderen.” Dat schrijven zeven experten in infectieziektebestrijding vandaag in een statement, daarin gesteund door de rectoren van de vijf Vlaamse universiteiten.

    De Vlaamse universiteiten en hogescholen kondigden woensdag ingrijpende maatregelen aan: de personeelsleden moeten zoveel mogelijk thuiswerken, afstandsonderwijs wordt de norm. De kennisinstellingen nemen zo hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar om de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk te vertragen, is meer nodig, veel meer. En daar ligt vanzelfsprekend een belangrijke rol bij de overheid.

    “De overheid communiceerde brede aanbevelingen naar de bevolking”, klinkt het in het statement. “Maar die blijven zeer vrijblijvend en bijgevolg is er geen doorgedreven bewustmaking of breed draagvlak. Het wordt nog steeds sociaal aanvaard dat mensen simpele aanwijzingen, zoals het vermijden van handen schudden of het geven van zoenen, bewust of onbewust niet ter harte nemen.”

    Op basis van de nieuwste inzichten zijn de wetenschappers heel erg duidelijk. “Dit virus is ernstig: het combineert een hoge mate van besmettelijkheid met een belangrijke mortaliteit waardoor, gezondheidssystemen dreigen te imploderen. Het is voor alle Vlaamse experten duidelijk dat we afstevenen op een Italiaans scenario, als we gewoon de huidige maatregelen handhaven.”

    Daarom stellen ze met aandrang een reeks aanvullende maatregelen voor. Die moeten onmiddellijk worden doorgevoerd en gecontroleerd moeten op hun strikte naleving, en dit alles vanuit één orgaan met een mandaat voor het ganse land. Deze maatregelen zijn:

    Maximaal telewerken voor bedrijven en instellingen (zoals universiteiten). Niet-essentiële vergaderingen, activiteiten of reizen kunnen best uitgesteld worden.
    Werknemers die niet kunnen telewerken moeten maximaal de kans krijgen minder met elkaar in contact te komen. Dat kan bijvoorbeeld door gefaseerd ter werken, gefaseerde lunchpauzes in te lassen en vaak gebruikte oppervlaktes en toestellen te ontsmetten.
    Alle bijeenkomsten, indoor en outdoor, waarbij mensen enkele uren samen doorbrengen op een beperkte oppervlakte, moeten afgelast of uitgesteld worden.
    Universiteiten en hogescholen zetten maximaal in op afstandsonderwijs, naast oplossingen op maat voor stages en practica.
    Ook het openbaar vervoer moet inzetten op ‘social distancing’: dat kan bijvoorbeeld door de capaciteit te verhogen en het openstellen van de eerste klasse zodat passagiers beter gespreid worden.
    Daarnaast blijven de ‘traditionele’ aanbevelingen van het allergrootste belang:

    Geef geen handen/zoenen: begroet elkaar zonder mekaar aan te raken.
    Beperk rechtstreekse sociale contacten met grootouders (of bejaarden in het algemeen) tot een absoluut minimum.
    Bewaar bij ontmoetingen in gesloten ruimtes een afstand van minstens één meter en deel geen gebruiksvoorwerpen zoals gsm, eetgerei, drinkglazen of zelfs borrelnootjes met elkaar.
    “De reeds geldende en de dringend gevraagde maatregelen werken alleen als ze op korte termijn geïmplementeerd worden in alle geledingen van de maatschappij. Dit is ons inziens onmogelijk met vrijblijvende instructies en richtlijnen”, besluiten de experten en de rectoren.

    De experten in infectieziektebestrijding met achtergrond in epidemiologie, virologie, biostatistiek en gezondheidseconomie Philippe Beutels (UAntwerpen), Steven Callens (UGent en UZ Gent), Niel Hens (UHasselt en UAntwerpen), Herman Goossens (UAntwerpen en UZA), Pierre Van Damme (UAntwerpen), Marc Van Ranst (KULeuven) en Erika Vlieghe (UAntwerpen en UZA).

    De rectoren van de Vlaamse universiteiten Luc De Schepper (UHasselt), Caroline Pauwels (VUB), Luc Sels (KU Leuven), Rik Van de Walle (UGent) en Herman Van Goethem (UAntwerpen).

  18. Corona: VUB zet in op digitaal lesgeven, telewerken en social distancing

    De Vrije Universiteit Brussel plooit zich terug op haar kerntaken onderwijs en onderzoek. De VUB wil daarmee de verspreiding van het coronavirus helpen indammen. De VUB maakt daarvoor de overstap naar digitaal lesgeven. Grote events zoals de uitreiking van de eredoctoraten worden uitgesteld. De maatregelen gelden alvast tot aan het einde van de paasvakantie, tot en met zondag 19 april.

    Alle activiteiten die niet tot het onderwijs of onderzoek behoren, worden geannuleerd of uitgesteld. Studentikoze activiteiten zoals cantussen en fuiven worden geschrapt. Ook het zwembad van de VUB sluit haar deuren.

    Events als Doctor Honoris Causa en het grote Brusselse verbindingsproject weKonekt worden opgeschort. Dat geldt ook voor de infodag op zondag 22 maart. Hiervoor komt er wel een digitaal alternatief, zodat scholieren uit het secundair een veilige studiekeuze kunnen maken. Ook Wiskunnend Wiske, waar zeshonderd leerlingen aan deelnemen, gaat deze vrijdag 13 maart enkel digitaal door.

    Digitale colleges worden standaard bij de Vrije Universiteit Brussel. Klassikaal lesgeven mag enkel met maximaal vijftig studenten. Bovendien moet dit echt noodzakelijk zijn, zoals bij een practicum, en zal de les in een ruimer klaslokaal plaatsvinden.

    Social distancing zorgt er aan de VUB voor dat de virusverspreiding verder wordt tegengegaan. Personeel, zowel academisch als administratief, moet zoveel mogelijk thuis telewerken. Is dat om praktische redenen niet mogelijk, dan moet er op de werkplek fysiek zoveel mogelijk afstand van elkaar worden gehouden. Om ervoor te zorgen dat medewerkers die wel op de VUB moeten zijn niet op een overvolle trein, tram of bus  zitten, worden glijdende werkuren uitgebreid.

    Verplaatsingen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Daarom gaan buitenlandse reizen van studenten, personeel en academici niet meer door. Teleconferentie is het aangewezen digitale alternatief.

    De campusfaciliteiten, zoals het restaurant, de bibliotheek, het studiebegeleidingscentrum, blijven wel open. Maar ook daar wordt de fysieke afstand tussen de aanwezigen vergroot.

    De Vrije Universiteit Brussel blijft de situatie nauwgezet opvolgen. Ze vraagt de studenten en het personeel om zich streng aan de hygiënische voorschriften te blijven houden. Studenten en medewerkers die ziek zijn – verkouden, griep, of andere ziekteverschijnselen - moeten thuis blijven. Updates en een overzicht van veel gestelde vragen kunnen gevonden worden op vub.be/coronavirusvub.be/coronavirus. Voor andere vragen en meldingen kan men terecht op het mailadres coronavirus@vub.be.

     

  19. Universiteiten als partners in taalbeleid

    Vandaag komt Brussels minister bevoegd voor de promotie van Meertaligheid Sven Gatz, op uitnodiging van rector Caroline Pauwels, zijn meertaligheidsbeleid voorstellen op de VUB. Sven Gatz werd vorig jaar de eerste minister ooit voor meertaligheid in Europa. Zijn beleidsplan bevat een aantal uitdagende voornemens, zoals het streven naar drietalige Brusselse jongeren, het stimuleren van meertaligheid in het Brusselse bedrijfsleven, en de mogelijkheid om een internationaal expertisecentrum rond meertaligheid op te richten.

    “Wij willen met minister Gatz het gesprek aangaan over de rol van universitair onderzoek in het officiële taalbeleid, maar ook over de positie van de VUB als een actieve en positieve kracht in meertalig Brussel. Samen met onze zusteruniversiteit ULB houden we bijvoorbeeld al langer een pleidooi voor de oprichting van meertalige secundaire scholen in Brussel", aldus rector Caroline Pauwels.

    De Vrije Universiteit Brussel heeft, door de kosmopolitische omgeving waarin zij zich bevindt, sinds jaar en dag expertise opgebouwd over taal, taaloverdracht, meertaligheid. Het debat wordt dan ook gevoerd met deskundigen die excelleren in hun vak en die een reputatie tot ver over de grenzen van ons land op het gebied van meertaligheid hebben opgebouwd:

    Alex Housen is decaan van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte en hoogleraar Engelse Taalkunde en Tweedetaalverwerving.  Hij verricht onderzoek naar tweede/vreemde taalverwerving en onderwijs, meertaligheid en meertalig onderwijs in België, de Europese Scholen en in het buitenland (Nederland, Duitsland, Zweden, Italië, het VK en Letland). Hij fungeert als expert over taalonderwijs en meertaligheid voor verschillende ministeriële en andere overheden en organisaties, in zowel België (bijv. de CLIL Adviescommissie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs), als het buitenland (bv. UNESCO, Soros Foundation, Israeli Council of Higher Education) - Bulté, B. & Housen, A. (2019). L2 complexity development in CLIL and non-CLIL secondary education.  Instructed Second Language Acquisition, 3, 2, pp. 153-180.

    “Het succes van meertalig onderwijs, en van een meertalig onderwijsbeleid, is niet enkel een zaak van wat er op school en in de klas gebeurt, maar ook, en vooral, van wat er buiten de school gebeurt."

    Jill Surmont werkt als vakdidacticus talen aan het Multidisciplinair Instituut voor LerarenOpleiding (MILO) van de VUB. Haar onderzoek focust zich op het leerproces van leerlingen die de onderwijstaal niet (goed) beheersen. Dit gaat zowel over zogenaamde “anderstalige” leerlingen als leerlingen die les volgen in een CLIL (content and language integrated learning) setting. Ze ziet haar rol als onderzoeker als die van een bruggenbouwer tussen de verschillende onderwijsstakeholders: ze onderzoekt problemen waar leerkrachten tegen aanlopen en koppelt nieuwe inzichten terug aan het werkveld en/of beleidsmakers. Ze geeft nascholingstrajecten en workshops (het prioritaire nascholingstraject “Klaar voor CLIL”), schrijft mee aan boeken voor leerkrachten (“Haal meer uit meertaligheid”) en ontwikkelt lesmateriaal met en voor leerkrachten. www.wtnschp.be/wetenschap/maatschappij/wie-het-kleine-niet-eert-is-het-g...www.wtnschp.be/wetenschap/maatschappij/wie-het-kleine-niet-eert-is-het-g...

    Rudi Janssens is taalsocioloog en de man achter het taalbarometeronderzoek, dat sinds 2001 alle 5 jaar de evolutie van de taalkennis, het taalgebruik en taalgerelateerde attitudes in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in kaart brengt. De focus ligt hierbij onder meer op de manier waarop taalverweving binnen het gezin en intergenerationeel evolueert, welke talen men in Brussel spreekt op de werkvloer, bij het winkelen, in de vrije tijd et cetera. Janssens is eveneens lid van het MIME-consortium, een internationaal netwerk gericht op ‘Mobility and Inclusion in a Multilingual Europe’, meer bepaald op het effect van mobiliteit en migratie op het taalbeleid in Europese steden. JANSSENS Rudi (2018a). Meer-taligheid als opdracht. Een analyse van de Brusselse taalsituatie op basis van taalbarometer 4. Brussel: Vubpress

    Wim Vandenbussche is neerlandicus en geeft les over taalcontact, taalplanning en sociale meertaligheid. Als lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en letteren is hij ook gevoelig voor de positie van het Nederlands in de meertalige Brusselse en Europese realiteit.  “Zorg voor het Nederlands gaat perfect samen met meertalig onderzoek en onderwijs op een diverse universiteit in het hart van Europa.” Hij stuurde de voorbije jaren de uitbouw van een taalbeleid aan voor de VUB, dat sterk inzet op de ondersteuning van het Nederlands bij studenten maar ook op de verfijning van de Engelse en Franse taalvaardigheid. “Ons taalbeleid wil studenten maximaal kansen geven. Het is een integraal deel van de sociale missie van de VUB, en van ons engagement voor Brussel.”

  20. Vogelmigratie in gevaar door nieuwe luchthaven in Portugal

     

    Een grootschalige studie aan de Vrije Universiteit Brussel waarin verschillende wetlands die trekvogels tijdens hun migratie aandoen worden onderzocht, toont aan dat het Portugese wetland een kritische stopplaats is voor miljoenen trekvogels. De Portugese regering heeft echter plannen om dit beschermd natuurgebied mee om te vormen tot een nieuwe luchthaven in de buurt van Lissabon. “Doordat dit wetland gebruikt wordt door een significante fractie van de populatie van West-Europese trekvogels zou het verdwijnen ervan niet alleen gevolgen hebben voor de natuur in Portugal, maar ook voor typische vogels in België, zoals de grutto en de kluut, die daar jaarlijks passeren of overwinteren", zegt Lisa Partoens, die dit onderzoek samen met Evelien Deboelpaep binnen hun doctoraten onder begeleiding van Prof. Nico Koedam en Prof. Bram Vanschoenwinkel uitvoert. 

    De onderzoekers rangschikten volgens verschillende criteria 700 Europese en Afrikaanse wetlands die langs de belangrijke Oost-Atlantische trekroute liggen. Om het belang van individuele wetlands te bepalen voor deze trekroute, werden modellen toegepast op hoge-resolutie satellietkaarten waarop alle wetlands tussen 42 en 10 graden noorderbreedte werden afgebakend. De connectiviteitsmodellen bepalen hoe goed gebieden met elkaar verbonden zijn: met andere woorden hoe makkelijk of moeilijk het is voor vogels om vanuit wetland A wetland B te bereiken. Wanneer er rekening gehouden wordt met de grootte van het wetland en zijn positie in het netwerk, blijkt dat dit Portugese wetland steeds bij de 15 belangrijkste wetlands hoort. Het Portugese wetland is dus een kritische stopplaats voor de hele Oost-Atlantische trekroute.

    De Portugese regering heeft plannen voor een nieuwe luchthaven in de buurt van Lissabon. Hiervoor zou ook het natuurgebied, dat door het Taagestuarium gevormd wordt, aangesproken worden. Het wetlandgebied maakt deel uit van het Europese beschermingsnetwerk Natura 2000. Dat betekent dat een verandering van bestemming enkel mogelijk is als het aanleggen van de luchthaven op een andere locatie niet mogelijk blijkt en het gebied elders volwaardig gecompenseerd kan worden.

    “In principe mag een schakel in Natura 2000 niet zomaar omgevormd worden, ook niet tot een luchthaven. Het wetland is een belangrijke stopplaats voor miljoenen trekvogels om hun migratie te vervolmaken. Gezien het grote belang van het systeem lijkt het onwaarschijnlijk dat het verlies van een dergelijk ecosysteem makkelijk elders gecompenseerd kan worden. De aankondiging van de regering zorgde dan ook voor heel wat protest, onder meer bij Birdlife International en verschillende Portugese natuurbeschermingsorganisaties", besluit Partoens

    Het onderzoek wordt gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen.